Wet DBA wordt vervangen, wat nu?

Van uitstel komt afstel, de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is daar geen uitzondering op. Het nieuwe kabinet (Rutte III) gaat de wet vervangen zoals in het regeerakkoord werd gepresenteerd. Maar wat betekent dit in concreto voor de  ZZP’er en zijn of haar opdrachtgever?

Alternatief voor de Wet DBA

Ter herinnering, de Wet DBA werd in het leven geroepen als opvolger van de VAR (Verklaring ArbeidsRelatie) om meer duidelijkheid te verschaffen over de werkrelatie tussen de ZZP’er en de opdrachtgever. De eigenlijke vraag was: moet de opdrachtgever nou loonheffingen inhouden en betalen voor de opdrachtnemer? Het was - en overigens ís – voor veel situaties niet zonder meer duidelijk of de opdrachtnemer eigenlijk “in dienst” is bij de opdrachtgever. Door onder andere het afsluiten van modelovereenkomsten bij het aangaan van een opdracht, konden de ZZP’er en opdrachtgever “zekerheid” krijgen dat er sprake zou zijn van zelfstandigheid. Tot zover de theorie.  

In de praktijk heeft de Wet DBA juist geen helderheid gecreëerd maar juist veel onrust en ruis gebracht onder de ZZP’ers en opdrachtgevers. “Teveel zelfstandige ondernemers zijn door de Wet DBA (negatief) geraakt” zo is in het regeerakkoord te lezen. Handhaving van deze wet blijkt buitengewoon complex te zijn met allerlei noodreparaties tot gevolg. Niet voor niets is de (actieve) handhaving uitgesteld tot 1 juli 2018. De verwachting is dat er dan opnieuw uitstel zal komen.   

Het kabinet streeft ernaar om per 1 januari 2020 met een nieuwe regeling te komen.

Nieuwe regeling

Het kabinet heeft de nieuwe plannen in grote lijnen weergegeven.  het doel van de nieuwe wet blijft in essentie hetzelfde: het tegengaan van schijnzelfstandigheid. De kern van de regeling is het bepalen of iemand een zelfstandige status heeft of juist onder een arbeidsovereenkomst valt. De volgende uitgangspunten zijn daarbij van belang:

  • De duur van de opdracht;
  • De aard van de werkzaamheden;
  • Het overeengekomen uurtarief.

Het overeengekomen uurtarief

De eerste twee punten zijn niet nieuw. De toets zal niet anders zijn dan onder de VAR en de Wet DBA. Het derde punt is wel nieuw. In de plannen van het kabinet worden ZZP’ers in drie groepen onderverdeeld.

  1. Groep één: “de werknemer”

Voor deze groep geldt dat ze worden gezien als werknemer. Dit zijn ZZP’ers die qua uurtarief aan de onderkant van de markt opereren. Zij hanteren een uurtarief tussen de EUR 15,-- en EUR 18,-- in combinatie met een lang “dienst”verband (langer dan 3 maanden). Het uurtarief EUR 15 – EUR 18 is ongeveer gelijk aan de loonkosten tot 125% van het Wettelijk Minimumloon. ZZP’ers die hetzelfde werk verrichten als reguliere werknemers tegen datzelfde lage tarief, worden ook geschaard onder deze groep.

  1. Groep twee: “de zelfstandige”

Deze groep bestaat uit ZZP’ers die zonder meer als zelfstandigen worden aangemerkt. Dit zijn ZZP’ers die een uurtarief van meer dan EUR 75,-- hanteren én bovendien minder dan een jaar bij een opdrachtgever zijn ingezet. Ook geldt dit voor ZZP’ers die een hoog uurtarief ( meer dan EUR 75,--) hanteren en niet-reguliere werkzaamheden verrichten. Voor deze groep wordt een “Opt Out” regeling in het leven geroepen. Zij zijn dan automatisch gevrijwaard van loonheffingen.

  1. Groep drie: “de zelfstandige onder voorwaarde”

Deze groep bestaat uit ZZP’ers die tussen groep één en groep twee vallen. Dit is de groep die een uurtarief van tussen de EUR 18,--– EUR 75,-- hanteert. Zij moeten onder een zogenaamde “opdrachtgeversverklaring” werken. Deze verklaring kan worden verkregen door het invullen van een webmodule. Kort gezegd,het beantwoorden van een aantal vragen waaruit duidelijk blijkt wat de werkzaamheden zijn en hoe de gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is vormgegeven. Met deze opdrachtverklaring krijgt de opdrachtgever vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van een ZZP’er.

De oplettende lezer heeft al lang gesignaleerd dat het idee van de webmodule (groep drie) al eerder is geopperd, namelijk vóór de Wet DBA. Deze werd toen vrij snel naar de prullenbak verwezen, met de Wet DBA als alternatief. Het bekende vicieuze cirkeltje?    

Overige ideeën

Het kabinet wil gaan onderzoeken of de “Zelfstandig Ondernemer” als aparte entiteit (zoals de “BV”) een plek kan krijgen in het Burgerlijk Wetboek. Dit zou dat voor ZZP’ers meer duidelijk- en zekerheid moeten verschaffen.

Tevens is het de wens van het kabinet dat meer ZZP’ers zich verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Om een breder aanbod te krijgen wil het kabinet met de verzekeraars om de tafel. Wordt vervolgd.

Handhaving

Het kabinet heeft al toegezegd dat ze het eerste jaar - zodra de nieuwe wet is ingevoerd - mild zullen zijn qua handhaving om de ZZP’er aan het systeem te laten wennen. Ook zal het kabinet blijven peilen of de doelstellingen die bij bovenstaande plannen horen overeenkomen met de praktijk.

Conclusie

Door geluiden in de praktijk is de wetgever erachter gekomen - én door de onmacht van de Belastingdienst met betrekking tot de modelovereenkomsten – dat de Wet DBA een prominente plaats verdiend in het Rijksmuseum van Oudheden. Kortom, De ZZP’er en de opdrachtgever hebben na jaren van onzekerheid, nog steeds dezelfde onzekerheid. Het zou de wetgever sieren door nu écht een goede doortastende regeling op te tuigen in plaats van hapsnap wetgeving. Het is trouwens de vraag of “zelfstandigheid” überhaupt is af te bakenen zoals de wetgever dat wil. Immers, waar vaste regels zijn, ligt men (regelmatig) de hand.   

Heeft u verder nog vragen? Neem gerust contact op met Fidor.

mr. M.P.M. (Marc-Jan) Holslag RB , 09 January 2018 | Gepost in 0 comment(s)

    Plaats een comment

    * Verplicht